Ga naar inhoud

Voorbeelden met werkelijke modellen voor elastische statische analyse

Analysemodel

Tabel 9.2.1 vermeldt verificatievoorbeelden met werkelijke modellen voor elastische statische analyse. De vormen van de modellen worden, op enkele uitzonderingen na, ook getoond in figuren 9.2.1 tot en met 9.2.5. Voor het uitvoeren van de voorbeelden met elementtypen 731 en 741 is een afzonderlijke directe solver vereist.

Tabel 9.2.1 Verificatievoorbeelden met werkelijke modellen voor elastische statische analyse
Casenaam Elementtype Verificatiemodel Aantal knopen Vrijheidsgraden
EX01A 342 Drijfstang (100.000 knopen) 94,074 282,222
EX01B 342 Drijfstang (330.000 knopen) 331,142 993,426
EX02 361 Blok met een gat 37,386 112,158
EX03 342 Turbineblad 10,095 30,285
EX04 741 Cilindrische schaal 10,100 60,600
EX05A 731 Wijnglas (grof) 7,240 43,440
EX05B 731 Wijnglas (middel) 48,803 292,818
EX05C 731 Wijnglas (fijn) 100,602 603,612

Drijfstang (EX01A)

Figuur 9.2.1 Drijfstang (EX01A)

Blok met een gat (EX02)

Figuur 9.2.2 Blok met een gat (EX02)

Turbineblad (EX03, EX06)

Figuur 9.2.3 Turbineblad (EX03, EX06)

Cilindrische schaal (EX04, EX09)

Figuur 9.2.4 Cilindrische schaal (EX04, EX09)

Wijnglas (EX05, EX10A)

Figuur 9.2.5 Wijnglas (EX05, EX10A)

Analyseresultaten

Voorbeelden van analyseresultaten

Voorbeelden van analyseresultaten worden getoond in figuren 9.2.6 tot en met 9.2.9.

Analyseresultaat EX01A (von Mises-spanning en vervormingsdiagram (10x))

Figuur 9.2.6 Analyseresultaat EX01A (von Mises-spanning en vervormingsdiagram (10x))

Analyseresultaat EX02 (von Mises-spanning en vervormingsdiagram (100x))

Figuur 9.2.7 Analyseresultaat EX02 (von Mises-spanning en vervormingsdiagram (100x))

Analyseresultaat EX03 (vervormingsdiagram (10x))

Figuur 9.2.8 Analyseresultaat EX03 (vervormingsdiagram (10x))

Analyseresultaat EX04 (vervormingsdiagram (100x))

Figuur 9.2.9 Analyseresultaat EX04 (vervormingsdiagram (100x))

Verificatieresultaten van de analyseprestaties met voorbeeld EX02

Met commerciële software voor algemeen gebruik werd een analyse uitgevoerd met een model dat gelijkwaardig is aan het EX02-verificatiemodel van een blok met een gat. Figuur 9.2.10 toont een vergelijking van de maximum- en minimumwaarden van de spanningscomponenten met die van FrontISTR. De figuur laat zien dat de spanningscomponenten zeer goed overeenkomen.

Vervolgens werd de invloed van domeindecompositie op de spanningsverdeling onderzocht. De domeindecompositie werd uitgevoerd met de RCB-methode, waarbij het model in de X-, Y- en Z-richting telkens in tweeën werd verdeeld, voor in totaal acht domeinen. Figuur 9.2.11 toont de decompositie. Figuur 9.2.12 toont de spanningsverdelingen van analyses met één domein en met acht gepartitioneerde domeinen.

Vergelijking van spanningscomponenten in EX02 met software voor algemeen gebruik

Figuur 9.2.10 Vergelijking van spanningscomponenten in EX02 met software voor algemeen gebruik

EX02 met de RCB-methode in acht domeinen gepartitioneerd

Figuur 9.2.11 EX02 met de RCB-methode in acht domeinen gepartitioneerd

Verschil in von Mises-spanningsverdeling door domeindecompositie

Figuur 9.2.12 Verschil in von Mises-spanningsverdeling door domeindecompositie

Figuur 9.2.12 toont geen verschil tussen de twee resultaten; ze komen volledig overeen.

Tabel 9.2.2 vergelijkt de uitvoeringstijden voor de gebruikte HEC-MW-solverinstellingen. Figuur 9.2.13 toont tevens de convergentiehistorie tot aan de oplossing.

Tabel 9.2.2 Vergelijking van uitvoeringstijden met HEC-MW-solvers
Solver Uitvoeringstijd (s)
CGI 38.79
CGscale 52.75
BCGS 60.79
CG8 6.65

Vergelijking van convergentiehistories met HEC-MW-solvers (convergentiedrempel: 1.0x10^-8^)

Figuur 9.2.13 Vergelijking van convergentiehistories met HEC-MW-solvers (convergentiedrempel: 1.0x10^-8^)

Vergelijking van rekentijd met verificatievoorbeeld EX01A

Met verificatievoorbeeld EX01A (drijfstang) werd de versnelling van de berekening door domeindecompositie geëvalueerd. Voor de berekening werd een clustercomputer met 24 knopen en Xeon 2.8 GHz-processors gebruikt. De resultaten worden getoond in figuur 9.2.14. De figuur laat zien dat de rekensnelheid evenredig met het aantal domeinen toeneemt.

Ook verschillen in rekentijd als gevolg van de computeromgeving werden onderzocht. De resultaten worden getoond in tabel 9.2.3.

Versnellingseffect van domeindecompositie

Figuur 9.2.14 Versnellingseffect van domeindecompositie
Tabel 9.2.3 Vergelijking van rekentijden per computer (1 CPU)
CPU Frequentie [GHz] OS CPU-tijd [sec] solvertijd [sec]
Xeon 2.8 Linux 850 817
Pentium III 0.866 Win2000 2008 1980
Pentium M 0.760 WinXP 1096 1070
Pentium 4 2.0 WinXP 802 785
Pentium 4 2.8 WinXP 738 718
Celeron 0.700 Win2000 2252 2215
Pentium 4 2.4 WinXP 830 804
AI-assisted translation May contain errors Official docs Status